Skip to content
5_vragen_aan_albert_vliegenthart_14.jpg
Vijf vragen aan Albert Vliegenthart

Wegberm als natuurparadijs

9 mei 2018

Hoe is biodiversiteit voor infrabeheerders als Heijmans te verankeren in hun werk? Door zorgvuldig beheer van bermen langs snelwegen en ander groen rondom infrastructuur: zo ontstaan volgens ecoloog Albert Vliegenthart van De Vlinderstichting paradijsjes voor bestuivende insecten. Om dit te realiseren, strikte hij ons en 22 andere partijen voor de Green Deal Infranatuur.

1. Wat doet De Vlinderstichting?

ā€œZorgen voor meer vlinders en libellen, in natuurgebieden en in je tuin. Dat doen we door lesprogrammaā€™s voor scholen te ontwikkelen, zoals het kweekpakket Koolwitjes in de klas of bijvoorbeeld schoolpleinen te vergroenen. Ook maken we beleidsvoorstellen, beĆÆnvloeden we de politiek en zetten we projecten op voor overheden en bedrijfsleven. Hard nodig, want hetĀ aantal vlinders nam de afgelopen decennia sterk af. Iedere generatie Nederlanders ziet minder vlinders dan de generatie ervoor.ā€

ā€œVlinders leven van bloeiende, wilde bloemen en planten. Deze verdwijnen door het verdrogen, vermesten en versnipperen van het landschap, en door ook intensivering van landbouw. Een goede natuur, of biodiversiteit, is een integraal systeem van allerlei soorten flora, fauna en landschappen, die elkaar beĆÆnvloeden.ā€

5_vragen_aan_albert_vliegenthart_19.jpg

2. Waarom is biodiversiteit zo belangrijk?

ā€œAls de natuur in balans is, hebben we er geen last van. Klinkt misschien vreemd, maar het evenwicht is verstoord, ontstaan er ziektes, plagen en oververtegenwoordiging van bepaalde soorten. En neemt ook onze weerbaarheid af. Bestuivers zijn soorten die belangrijk zijn voor de balans. Dat zijn niet alleen bijen, ook vlinders, libellen en andere insecten. En hun aantallen nemen in hoog tempo af.

Vlinders zijn gevoelig voor verandering, als de natuur een klap krijgt zie je dat meteen aan aantallen en soorten vlinders. Generalisten als koolwitje en dagpauwoog overleven, specialisten ā€“ die alleen in bepaalde landschappen voorkomen - sterven uit. Zo verdwijnt diversiteit en blijven er steeds minder soorten over. Ik zie het als mijn missie de natuur te beschermen. Juist in een klein landje als het onze, is het goed schakelen om natuur te behouden en te beschermen.ā€

3. Hoe werk je daaraan?

"De Rijksoverheid stelt onder andere Green Deals op, waarin bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden afspreken bepaalde duurzaamheidsdoelen te bereiken. Doordenkend over een eerdere Green Deal, waar de inzet was tijdelijke natuur te stimuleren op braakliggende gronden van bedrijven, dacht ik aan een andere plek waar de natuur zā€™n gang zou kunnen gaan: naast infrastructuur.

Terreinen rondom snel- en spoorwegen, rangeerhavens en overslagstations, maar ook onder hoogspanningsmasten of rondom windmolens. Deze ā€˜grijzeā€™ infrastructuur in ons land beslaat een gigantisch oppervlakte en de terreinen hebben ecologisch veel potentie.

5_vragen_aan_albert_vliegenthart_18.jpg

"Door gezamenlijk op te trekken kan er een InfraNatuurNetwerk ontstaan langs de (spoor)wegen, dijken, leidingen en andere lijnen door het landschap. Daar kunnen vlinders en bijen van profiteren. Met dit idee stapte ik naar de Ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken en zochten we partners, van ProRail en Rijkswaterstaat tot TenneT en de Gasunie. Nu zijn er 23 partijen die zich committeren aan biodiversiteit realiseren op hun werkgebied. En daar hoort Heijmans bij!ā€

4. Wat een resultaat! En wat houdt dit commitment in?

ā€œAls TenneT op bijvoorbeeld een transformatorstation de begroeiing anders maait, boek je al winst voor de bestuivers. Meanderend maaien, alsof de bestuurder van de tractor dronken is, hahaha. Dankzij dit zogenaamde sinusbeheer bereiken planten diverse hoogtes en leeftijden, en neemt voor insecten de overlevingskans met tientallen procent toe. TenneT onderzoekt nu of dit uitgerold kan worden naar alle trafostations. Het kost hen niets extraā€™s, levert de natuur veel op en het draagt bij aan duurzaam ondernemen. Heijmans zou ook de mogelijkheden hiervoor kunnen onderzoeken bij het beheer van wegbermen."

Met Heijmans is binnen de Green Deal bijvoorbeeld afgesproken een concrete ambitie op te stellen voor Natuurinclusief Bouwen voor 2020. Ook maken ze een voorstel over hoe natuurinclusief bouwen te stimuleren is bij opdrachtgevers in de bouw- en infrasector, door middel van emvi-aanbestedingen. Daarmee bouwen ze voort op de duurzaamheidsvisie die ze al hadden, waarin biodiversiteit een van de criteria is voor ā€˜ruimtelijke kwaliteitā€™.

Heijmans wint er zelfs tenders mee, zoals bij de A12 VEG en nu bij het project A1 Apeldoorn-Azelo. Gelukkig krijgen bouwers van hun opdrachtgevers steeds vaker de mogelijkheid zich met natuurwaarde te onderscheiden in het kwaliteitsdeel van een aanbesteding.

Een goeie ontwikkeling, want vaak is het voor bedrijven een uitdaging om natuurwaarde in een businessmodel te vangen. Creƫren van meer natuur is meestal geen kerntaak. Daarom adviseer ik bedrijven altijd: leer omdenken! Kijk eens naar de beveiliging van je terrein, plaats je een hek of een houtwal? Die laatste biedt je een tien keer betere bescherming, Ʃn is een fijne plek voor insecten. Gelukkig is het bewustzijn rondom biodiversiteit flink toegenomen bij grote ondernemingen, en via maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds vaker ook geborgd in doelstellingen.

Toch wil ik bedrijven graag aanmoedigen verder te gaan en dat betekent meer en breder draagvlak creĆ«ren voor biodiversiteit. Met kantoormedewerkers van TenneT bezoek ik regelmatig het wilde bloemenlint, waardoor ze steeds enthousiaster worden over deze natuur. Gaandeweg ontstaat er zo ook van onderop draagvlak voor biodiversiteitsbevorderende maatregelen. Combineer top down met bottom up!ā€

5_vragen_aan_albert_vliegenthart_5.jpg

5. Wat kan er volgens jou nog beter in de bouw?

ā€œKlinkt heel logisch uit mijn mond, maar betrek ecologen zo vroeg mogelijk in je bouwproject! Zoā€™n grasveld als deze voor TenneT is ontworpen door een landschapsarchitect. Bij een hartstikke duurzaam kantoorgebouw, bedenkt ā€˜ie zoā€™n strak gazon? Onderhoud ervan vraagt om strak maaien, onkruidbestrijding en dus weinig biodiversiteit.

Kennis van de natuur ontbreekt maar al te vaak bij ruimtelijke professionals. Als ik tijdens rondleidingen planten- en vlindersoorten opnoem, merk ik hoe weinig mensen nog weten. Vroeger stopte je nog wel eens een insect in een potje om ā€˜m van alle kanten te bekijken. Dat mag nu niet meer, dat is zielig, maar daardoor raken jongeren wel feeling met de natuur kwijt. Kortom: wil je als bouwer iets doen voor natuur, borg dat dan in de ontwerpfase. Dan kost het weinig geld en voeg je de meeste waarde toe.ā€