Skip to content
Gemeente Arnhem_roeland_sil_7
Emissieloos leren bouwen in Arnhem

Handen ineen voor schone lucht

11 maart 2022

Met het Schone Lucht Akkoord (SLA) van 2020 zette de gemeente Arnhem vaart achter het verbeteren van de luchtkwaliteit. Daar hoort emissieloos vervoer bij en dat geldt ook voor het materieel dat bouwers als Heijmans inzetten. Hoe zij samen de snelfietsroute op de Hugo de Grootstraat realiseerden, vertellen toenmalig wethouder Roeland van der Zee en projectleider Sil Polman.

Arnhem was één van de eerste gemeentes die het SLA ondertekenden. Roeland vertelt dat de voornaamste drijfveer daarvoor de slechte luchtkwaliteit was in het hart van de stad. “Er moest echt iets gebeuren. We stelden een strenge milieuzone in die andere, vergelijkbare steden nog niet hebben en keken naar alle mogelijkheden om de lucht schoner te maken.”

Pilot

Sil zag kansen voor het emissieloos realiseren van de snelfietsroute op de Hugo de Grootstraat. “Een klein infraproject is een ideale pilot. In gemeenteland was dit nog nooit eerder gedaan. De route is bedoeld om onze inwoners ‘van de auto naar de fiets te bewegen’ en daarmee is het al een duurzaam project. Wat is er dan mooier om het ook duurzaam uit te voeren? Ik ging bij allerlei collega’s langs en het lukte me om hen enthousiast te maken. We kregen via het SLA subsidie voor de extra kosten, want elektrische machines zijn op dit moment een stuk duurder.” Roeland vult aan dat ze intensief samenwerkten met de provincie: “Die is er ook bij gebaat om bij dit soort innovatieve projecten en processen betrokken te zijn en te stimuleren. Hierdoor kregen we het project soepel gefinancierd.”

Ambitie

De gemeente kwam bij Heijmans uit als partner voor dit project vanwege de ervaring met het project Apeldoornseweg, vertelt Sil. “Dat was in 2016 onze eerste ervaring waar we klein materieel gebruikten met zo min mogelijk emissies. We belden Heijmans met de vraag: ‘We hebben een hele hoge ambitie. Willen jullie met ons deze uitdaging aangaan?’ en een dag later was er een akkoord.”

Het mooie van de samenwerking is dat ook Heijmans over zijn eigen schaduw is gestapt om de ambitie te bereiken, vindt Sil. “Als zij zelf de machines niet hadden, vlogen ze dat van een collegabouwer in.”

Alles of niets

Het project is aangevlogen met als uitgangspunt ‘alles of niets’, bij stilstand werd apparatuur niet vervangen. Sil: “Een bewuste keuze. Op een groot project staan tien kranen waarvan er misschien één op waterstof draait. Als die het niet doet, heb je nog negen kranen over. Daar waren we bang voor. Voordat je het weet pak je een traditionele kraan, omdat je anders in de middag stil ligt.

Om te leren hebben we gezegd: we gaan er volledig voor en willen tegen alles aanlopen.” Anders is het geen voorbeeldproject, aldus Roeland. “Pak je het op deze vernieuwende manier aan, dan is het belangrijk dat je verwachtingen uitspreekt. Als het anders loopt - financieel, in tijd of als je moet bijschakelen - dan moet je daar niet te star in zijn, want dan kom je nooit verder. Flexibiliteit is belangrijk.”

Sil deelt de technische beperkingen waar ze tegenaan liepen: “Bij de graafmachine ging de accu tot half twee ’s middags mee. Je bespreekt dan meteen onderling de oplossing, je wacht niet tot het eerstvolgende overleg. Dan gaat het niet over ‘volgende week’ maar over een oplossing voor vandaag. Communicatie is belangrijk, openheid over de planning, de issues en de begroting, want dan kun je veel sneller met elkaar schakelen. Je lost problemen samen op. Dat maakt het ook leuk. En de tussentijdse resultaten geven een enorme drive.”

Resultaten

Met behulp van een bureau wordt berekend wat de uitstoot zou zijn als dit project traditioneel was uitgevoerd. “Pas als het werk klaar is, kunnen we het definitieve verschil, de opbrengst, berekenen”, vertelt Sil. “We verwachten nu uit te komen op tachtig procent minder fijn- en stikstof op de bouwplaats. Het SLA streeft naar zestig procent, dus motiveert enorm voor toekomstige projecten. We verbranden ongeveer achtduizend liter minder brandstof. In Nederland doen we zo’n tienduizend van dit soort projecten op jaarbasis. Dus kijk wat dat kan opleveren!”

Wij delen onze kennis graag met gemeentes, provincies en platforms

Vervolgstappen

Roeland ziet dat projecten op deze schaal goed ‘all electric’ zijn uit te voeren. Op grote projecten is de gemeente nog niet in staat om dit op korte termijn uit te vragen. “Je moet reëel blijven. We begrijpen heel goed dat bouwbedrijven afschrijvingsperiodes hebben op hun materieel en nu niet alles kunnen vervangen door elektrisch. Daar is de markt ook niet naar, qua aanbod. Zie je wat de voordelen zijn, dan heb ik wel hoge verwachtingen van de snelheid waarmee de markt het oppakt.”

Aanbevelingen

“Kijk naar wat haalbaar is”, vindt Sil. “Heb je geen laadpunten, begin dan met de kleinere machines. Dat betekent ook dat je als gemeente het opladen moet faciliteren. En vermijd een ‘kip-ei-discussie’. Maak een roadmap met een bouwer, dan weet iedereen waar die aan toe is. Daarna kun je een pilotproject doen. Je ziet dat mensen elkaar nu echt opzoeken op dit thema.”

Roeland besluit: “Je moet dit echt willen. In Arnhem hebben we gelukkig groene laadvoorzieningen. Het puur aanleggen van groene krachtstroombronnen voor bouwmaterieel is niet haalbaar, want na de realisatie van het project is de bouwer weg. Zoek naar slimme combinaties, bijvoorbeeld met laadpunten voor het openbaar vervoer.”

Neem contact met ons op