Skip to content
Thijs Huijsmans_Jos Lichtenberg_2_circulaire_economie.jpg
Hout als aanjager van een circulaire economie

Tijd voor verandering

28 juni 2022

Hout is zowel een van de oudste als meest toekomstbestendige bouwmaterialen. Met grootschalige houtskeletbouw is Heijmans hard op weg naar een circulaire bouwpraktijk. Hoe krijgen we de hele keten mee in deze materiaaltransitie? Thijs Huijsmans, adviseur circulair bouwen bij Heijmans, gaat hierover in gesprek met Jos Lichtenberg, emeritus hoogleraar TU Eindhoven.

Sommige mensen denken bij een houten huis aan een chalet of een blokhut. Maar woningen met een houten constructie zijn er in alle soorten en maten, zegt Jos Lichtenberg, emeritus hoogleraar productontwikkeling aan de TU Eindhoven. Hij kan het weten, want hij woont in zo’n huis. “Dat van mij heeft een houten afwerking, maar bij sommige houtskeletbouw-woningen zie je stucwerk aan de binnenkant en metselwerk aan de buitenkant. Net een traditioneel gebouwd huis. Alleen als je op de muren klopt, hoor je verschil.”

Een houtskeletbouw-woning heeft een casco van houten frames en is net zo stevig als een stenen huis, legt Thijs Huijsmans uit, adviseur circulair bouwen bij Heijmans. Sinds dit jaar maakt Heijmans ze op grote schaal, in de IIBO-fabriek in Heerenveen. “Daar produceren we houten elementen, waar op de bouwplaats slim en snel een woning van wordt gemaakt.”

Aanjager

Een snelle productie is geen overbodige luxe, gezien het huidige woningtekort in Nederland. Daarnaast is hout sterk, licht en hernieuwbaar, zegt Thijs. “Het is biobased: dit materiaal groeit gewoon in de natuur. Bij het maken van staal en beton komt veel CO2 vrij, de grootste boosdoener van klimaatverandering. Hout neemt juist CO2 op.”

Jos is even enthousiast over houtgebruik in de bouw. “Het is een oermateriaal, dat zeer gewild en geliefd is en dicht bij mensen staat.” Het is niet alleen een esthetische of praktische keuze, vindt hij: je gebruikt het ook om je CO2-voetafdruk te verkleinen. “De betonproductie is verantwoordelijk voor zo’n vijf tot negen procent van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd,” stelt Jos. “Dat is enorm.”

Disbalans

Beton dat vrijkomt uit bouwprojecten, is bovendien niet zomaar te demonteren en in zijn geheel opnieuw toe te passen. En aluminium wordt na gebruik zelfs vaak geëxporteerd, weet Jos. “Dat verdwijnt uit Nederland, terwijl wij primaire grondstoffen blijven inkopen.” Zonde, vindt ook Thijs: “In milieusommetjes wordt vaak gerekend met een ecologische afschrijving van honderd jaar, maar beton wordt in de praktijk vaak veel eerder gedowncycled of weggegooid. Hergebruik door deze materialen terug te brengen tot grondstoffen is wel mogelijk, maar kost veel energie.”

Er is een disbalans tussen de inzet van primaire grondstoffen en het hergebruik ervan, concluderen de twee. En dat terwijl Nederland in 2050 een circulaire economie moet zijn, waarin we volledig gebruikmaken van hergebruikte of hernieuwbare grondstoffen.

Materiaaltransitie

Tijd voor verandering, vindt Thijs. “We hebben een materiaaltransitie nodig in de bouw.” Komt die transitie er niet, dan is dat schadelijk voor het milieu én voor de bouwsector, stelt hij. “Als er vanuit Europese wetgeving een CO2-grens wordt vastgesteld, omdat de maximale milieu-impact is bereikt, gaan we op de rem. Dan kunnen we minder bouwen.”

CO2-uitstoot terugdringen is iets waar de bouwsector hard aan werkt. Jos: “We kijken steeds vaker naar manieren om materialen zo efficiënt mogelijk in te zetten en te hergebruiken.” Een houtskeletbouwwoning is daar volgens hem een goed voorbeeld van. Losse elementen uit zo’n huis, zoals houten binnenwanden, kunnen aan het eind van hun levensduur gewoon worden losgemaakt en hergebruikt – in hun geheel, als component of als grondstof, vertelt Jos.

Dat is volgens hem niet alleen duurzaam, maar speelt ook in op de woonvraag. “De tijd van een modelgezin dat uit vader, moeder en twee kinderen bestond is voorbij. Je ziet veel meer verschillende gezinssamenstellingen, en woonwensen veranderen voortdurend. De vraag naar kleinere, betaalbare en flexibele woningen neemt toe.”

Adaptieve gebouwen

Snel veranderende woonwensen vragen om snelle aanpassingen, beaamt Thijs. “Ik wil uiteindelijk toe naar een systeem waarbij bewoners van houten Heijmans-huizen uit een catalogus nieuwe elementen kunnen kiezen. Heb je meer ruimte nodig, dan nemen we het oude materiaal terug. Zo zorgen we ervoor dat het in de kringloop blijft.”

Daar is een plug-and-play-achtige manier van bouwen voor nodig. Al vanaf de ontwerpfase nadenken over de vraag: hoe is dit gebouw in de toekomst uit elkaar te halen? “Daarbij is het adaptief vermogen van gebouwen belangrijk,” zegt Thijs. “Welke elementen zijn ‘kort cyclisch’ en welke moeten langer meegaan? Een binnenwand kan bijvoorbeeld niet dragend zijn. Die moet je kunnen verwijderen op het moment dat je ruimtes anders wilt inrichten, zonder schade aan te richten. Circulair bouwen vraagt om een nieuwe manier van denken.”

Heijmans Houtbouw Circulair bouwen bos.jpg

Werk aan de winkel

Om honderd procent circulair te bouwen in 2023, zoals Heijmans ambieert, moet iedereen in de keten zich daarvoor inzetten: woningkopers, de bouw en samenwerkingspartners. Er is werk aan de winkel, zegt Jos. “Sommige kopers kiezen al heel bewust voor een houten woning, maar het grote publiek is nog niet gewend aan het idee van een huis met houten wanden, vloeren en plafonds. Toch voldoen houtskeletbouwwoningen aan veel eisen die kopers tegenwoordig stellen: ze zijn goed geïsoleerd, houden trillingen en geluid tegen en zijn snel te verwarmen en verkoelen.”

Die eigenschappen kun je niet vaak genoeg benadrukken, vindt Thijs. “Het is gewoon ontzettend comfortabel en prettig wonen in een houtskeletbouwwoning. Daarbij is het wel nodig om te blijven vertellen waarom we moeten stoppen met die zware materialen. Woningen worden steeds sneller geconsumeerd; we gaan richting de tien miljard mensen. Als je nagaat hoeveel kilogram aan materiaal er in woningen zit en wat de herkomst daarvan is, is duidelijk dat er iets moet veranderen.”

De tijd is er rijp voor, vinden Jos en Thijs: één hypotheekverstrekker biedt sinds kort een extra lage rente aan voor kopers van een biobased woning. “Ook die financiële stimulans is noodzakelijk voor de materiaaltransitie.”

In beweging

Hoewel de bouw in beweging is en steeds lichter en flexibeler bouwt, verandert deze sector over het algemeen traag, vindt Jos. “Hoe graag je ook wilt dat iets vandaag verandert: je krijgt niet alle bouwbedrijven, ontwerpers, adviseurs en samenwerkende partijen meteen mee. Sommige mensen zijn bang voor verandering of denken dat houtbouw duurder is. Maar uiteindelijk moeten we het toch samen doen. Als we uitleggen wat hout op de lange termijn oplevert en we goede voorbeelden kunnen laten zien, wordt die veranderbereidheid vanzelf groter. Elke keer win je weer wat terrein, tot er een onomkeerbaar proces aan de gang is. Dat punt begint nu te komen.”

Staal en beton blijven voor bepaalde doeleinden nodig, zegt Thijs. Maar we kunnen als bouwbedrijven wel meer in materiaalstromen denken. “Als we materialen inkopen, moeten we precies weten: waar komt dit vandaan, is het op een gezonde manier gewonnen en hoe gaan we het gebruiken in onze gebouwen? Het aandeel primaire grondstoffen kan echt omlaag. Daar zijn drie strategieën voor, die allemaal aandacht verdienen: minder materialen, meer secundaire en meer hernieuwbare materialen gebruiken.”

De bouw heeft al een energietransitie doorgemaakt en nu volgt een materiaaltransitie

Thijs heeft er alle vertrouwen in dat dit gaat lukken. “De bouw heeft al een energietransitie doorgemaakt en nu volgt een materiaaltransitie.” Wat de toekomst brengt? Thijs onderzoekt momenteel welke biobased materialen steenwol en glaswol kunnen vervangen als isolatiemateriaal. Houtvezels misschien? Jos: “Als je bouwmateriaal op hoog niveau kunt recyclen, creëer je veel waarde voor de toekomst. Over bijvoorbeeld twintig jaar, als de materiaalschaarste verder is toegenomen, vinden we het heel normaal om gebruikte bouwdelen of componenten als volwaardig product in te zetten. Tijd dus om nu na te denken over toekomstig hergebruik.”

Neem contact met ons op